Aflevering 4-2. Donkere nacht van het ik
« Ouder bericht Nieuwer bericht »
‘Niet ik ben belangrijk’, kan inslaan als een bom. Vaststellen dat alles waarvoor we altijd geleefd hebben, niets voorstelt. Het ‘ik’ dat we zo krampachtig verdedigen, blijkt leeg, een illusie, een schim, zoals in het zelfportret van onze opa. Hebben we plots de energie niet meer om de illusie in stand te houden? Dan wordt het nacht vanbinnen.
Depressie, burnout, verveling, crisis, vermoeidheid…
De innerlijke nacht kan vele vormen aannemen. Zelfs van fysieke kwalen en ziekte. Gemeenschappelijke noemer: het oude leven voldoet niet meer, kan niet meer, is zonder toekomst…
Zo sterft het oude ‘ik’. Figuurlijk. Maar de pijn die we voelen is écht! En omdat het nieuwe leven dat in ons geboren wil worden nog niet zichtbaar of voelbaar is, hebben we het gevoel dat het met ons gedaan is. Letterlijk.
Tussentijd
Als we er midden in zitten, lijkt de donkere nacht niet alleen een dieptepunt maar ook een eindpunt. Al is het eigenlijk een overgang. Een noodzakelijke etappe in onze spirituele groei. Een tussentijd waarin we beginnen te beseffen wat ons echte leven niet is. Maar waarin we nog niet weten wat dan wel.
Het ‘ik’ kan zich niet voorstellen dat er leven mogelijk is zonder zelfverdediging, strijd om te overleven, zelfbevestiging, angst voor de miskenning, vlucht voor de verveling, zelfverheerlijking… Een leven zonder de ik-kramp. Zou dat geen heerlijk leven zijn?
In onze tijd worden uitingen van de donkere nacht vaak opgevat als ziekte. Een lichamelijke of geestelijke pijn die bestreden moet worden. En dat is in sommige opzichten een zegen. Maar aan de andere kant is de donkere nacht net de uitdrukking van ons laatste restje gezondheid. De gezondheid van geest om in te zien dat ons huidige leven in veel opzichten geen leven is.
Overgave
Onmacht en ontreddering zijn pijnlijke leermeesters. ‘Ik kan het niet,’ is een schrijnend besef. En toch klampen we ons in de donkere nacht vaak vast aan die pijn. Aan het ‘ik’ dat niet verder kan. Liever dat dan te vallen. Wie weet hoe diep? Misschien wel grondeloos. Dan liever de gekende pijn.
Het vergt een groot verlangen naar waarheid om los te laten. Om uit het centrum van je leven te stappen. Om je plannetjes over je toekomst te laten varen.
De levensbron die in ons hart opwelt, als we onszelf loslaten, spreken christenen aan met Vader. De bedding waarin ons leven vrijelijk stroomt wanneer wij het uit handen geven, ervaren zij als Gods hand. Naarmate wij God binnenlaten in het centrum van ons leven, in ons hart, vinden wij ons ware zelf als kind van God.
Meer weten
- Een toepasselijk gedicht: Dietrich Bonhoeffer. Wie ben ik?
- Een interview met Myrjam De Keyser auteur van ‘Wanneer het donker wordt’ (pdf)
- Een mooie slideshow op YouTube over De donkere nacht van de ziel
- Ontdek het vervolg van onze zoektocht
3 REACTIES
Veerle Loriaux op 19/12/2011 om 21:03u
Men moet niet betrachten een wereldverbeteraar te te zijn, om niet het risico te lopen dat groten je niet zullen horen, waardoor je zelf met een diepe ontgoocheling achterblijft... Toch heb ik ervan geleerd, ik leerde bewuster in het leven staan, dichter bij de begrenzing van onze menselijke gaven en gebreken, ik leerde aanvaarden, het moment voor mij om ...opnieuw te leren bidden, en terug te keren in dankbaarheid.

Vivi Derde op 18/12/2011 om 09:00u
Onmacht en ontreddering kunnen uitstekende leermeesters zijn om je leven weer op het spoor te krijgen. Spijtig dat dat zo weinig gezegd wordt, want nu lijken weglopen of camoufleren vaak de enige opties. Dat betekent natuurlijk niet dat we lijden moeten toejuichen of zelfs zoeken, of dat God daartoe de initiatiefnemer zou zijn. We bloeien als mens maar open als we ons volledig inzetten om leed te verzachten of mee te helpen dragen. Maar misschien sijpelt Gods liefde wel dieper en gemakkelijker door verwondingen heen en dan wordt de lijn tussen gelovigen en niet-gelovigen plots heel wat dunner…

Lieve op 16/12/2011 om 17:38u
de slideshow van de donkere nacht van de ziel is prachtig: herboren worden vanuit donkerte en moedeloosheid is een gave. dankuwel!






